Inhoud
- De oprichting
- De eerste jaren, 1972-1978
- De leden van toen èn nu
- De jaren Moorman, 1978-1984
- De trainers
- De jaren 1984-1991
- Eindelijk promotie, 1991-1994
- Het wel en wee buiten het veld
- Op naar de vijfentwintig, 1994-1997
- Wat er zich verder zoal binnen de vereniging afspeelt
De oprichting
In 1970 kreeg de bouw van het vereninginsgebouw te 's-Heerenbroek gestalte en ontstonden er bij diverse personen plannen om een sportvereniging op te richten. De Kandelaar werd in gebruik genomen en de plannen werden concreter. Een voorlopig bestuur ging aan de slag en schreef een oprichtingsvergadering uit op donderdag 1 juli 1971. De bestuurders van het eerste uur waren mevrouw De Groot-Bastiaan en de heren Bergsma, Bijstra, Gernaat en Verwey.
Begonnen werd direct met gymnastiek, volleybal en tafeltennis.Voetballen gebeurde in die jaren ook wel doch nog niet officieel binnen de sportvereniging en in K.N.V.B.-verband bij gebrek aan een echt voetbalveld. Gevoetbald werd er op het veldje in Veecaten, de afmetingen hiervan leken in de verste verte niet op die van een echt voetbalveld. Soms werden er wedstrijden gespeeld tegen Mastenbroek, Zalk of de Dijkvogels van de Kamperzeedijk. Dit was zogenaamd wild voetbal waarvoor overigens wel groot enthousiasme bestond. Het veld was nogal gevaarlijk gelegen en regelmatig zorgde de bal voor overlast voor het verkeer op de Zwolseweg. In het voorjaar van 1972 kwam de aanleg van de speelweide bij De Kandelaar gereed. Het terrein werd tevens ingericht om gebruikt te kunnen worden als voetbalveld en dat was het moment om een officiële voetbalvereniging op te richten. De initiatiefnemers waren de heren Bergsma, Henk Kroeze Hzn en Cees van Spijker. Zonder ook maar iemand verder tekort te doen; velen hebben immers hun steentje bijgedragen, namen zij organisatorisch de zaken op zich die nodig waren om een start als voetbalvereniging te kunnen maken.
Op 25 april 1972 vond de officiële oprichtingsvergadering plaats en werd het eerste voetbalbestuur gekozen. Henk Kroeze werd de voorzitter, Cees van Spijker de secretaris en Mart Kolk de penningmeester. Ondersteuning vanuit het hoofdbestuur van de sportvereniging, waar de voetbal onderdeel van uit maakte, vond plaats door de heren Bergsma en Jan Wennemers.
Eerst diende er een aantal belangrijke zaken te worden geregeld. Voetbal was in verhouding tot de overige sporten binnen de sportvereniging een dure sport. Er moest het nodige materiaal worden aangeschaft en er diende een betaalde trainer te worden aangesteld. Van de leden werd derhalve een bijdrage van fl 15,- gevraagd alvorens men lid kon worden en de eerste contributie werd vastgesteld op fl 6,- per maand voor de senioren en fl 2,50 voor de junioren.
Verder voldeed het veld op de speelweide niet aan de door de K.N.V.B. voorgeschreven afmetingen; het was te klein, zodat de K.N.V.B. toestemming diende te verlenen om hierop officiële wedstrijden te spelen. Na inspectie te hebben laten verrichten verleende de KNVB toestemming om reden dat het in de bedoeling lag over ongeveer drie jaar een nieuw speelveld aan te leggen.
Tenslotte diende er een trainer aangesteld te worden. Vernomen werd dat de heer H. Knul uit Kampen wel ambities aangaande het trainersvak had en het bestuur toog op een avond naar Kampen. Na een uur praten bleek de heer Knul bereid om trainer van de voetbalvereniging 's-Heerenbroek te worden. Er werd een contract voor één jaar overeengekomen met een proeftijd van drie maanden. Op 9 mei 1972 werd met de training aangevangen en een toenmalige waarnemer meldde dat de heer Knul al gauw zag wat de spelers wel en niet konden, zodat al snel op twee avonden in de week werd overgestapt.
Op 17 juni 1972 vond dan plaats, waar het allemaal om begonnen was, de eerste wedstrijd. Het veld werd officieel in gebruik genomen met een wedstrijd tussen het beste wat 's-Heerenbroek te bieden had en het derde elftal van IJ.V.V. De wethouder van sportzaken, de heer Van de Kamp, verrichte de aftrap en het spel kon beginnen. De uitslag was weliswaar niet bemoedigend, 9-2 in het voordeel van IJ.V.V. maar er bestond voldoende vertrouwen dat het spelpeil door training en oefening spoedig van een hoger niveau zou zijn.
Zaterdag 26 augustus 1972 vond het debuut in de competitie plaats met een uitwedstrijd tegen Bant. Naast het eerste elftal nam meteen een tweede elftal en een B-juniorenelftal deel aan de competitie. Verder was er de beschikking over een groep pupillen, die nog niet direct deelnam aan de competitie maar wel aan het zaalvoetbal gedurende de wintermaanden. De heer Bergsma trainde de jeugd en niet geheel zonder succes, want al in een vroeg stadium viel in de notulen te lezen "wie de jeugd heeft, heeft de toekomst" toen de prestaties van de senioren onderwerp van gesprek waren. Het voetballen in 's-Heerenbroek had een aanvang genomen.
De eerste jaren, 1972-1978
In een voorbeschouwing op het eerste seizoen in de historie lezen we in het Kamper Nieuwsblad dat het bestuur van de vereniging weliswaar hoopvol gestemd is, maar van mening is dat men realistisch moet blijven. Vooral de senioren, maar ook de jeugd, zullen het de eerste jaren moeilijk krijgen, aldus de opinie van het bestuur.
De sportieve prestaties in de eerste zes jaren waren voor wat betreft de senioren inderdaad van dien aard dat de toekomstvisie van het bestuur volkomen bewaarheid werd. De allereerste competitie vond plaats in de 3e klasse A van de afdeling Zwolle, die naast 's-Heerenbroek uit de volgende teams bestond: Bant, Blokzijl, Espel, M.O.V.O., Nagele, N.O.P.-Boys, S.V.N.'69, The Swallow, Tollebeek, IJ.V.V. 2 en D.O.S. Kampen 3. De eerste wedstrijd werd gespeeld tegen N.O.P.-Boys en de 's-Heerenbroekers kregen met de cijfers 13-1 een pak slaag dat er niet om loog. Trainer Knul bracht in de beginfase van de competitie de volgende spelers in het veld:
W.van den Heuvel
D. ten Hove G. Steenredeker J. Meijerink T. Kamphof
E. Schaapman H. Kroeze Hzn G. Wajer
C. van Spijker J. Bronsveld H. Kroeze Jzn
Invallers: G.J. van Spijker en J.H. Lijster.
De eerste jaren waren de sportieve hoogtepunten dun gezaaid wat betreft de senioren. Het eerste elftal eindigde zes jaar lang steevast bij de ondersten in de competitie van de 3e klasse Afdeling Zwolle. Het hoogst behaalde aantal punten bedroeg 13. Wellicht omdat men hierop niet al te trots kon zijn, zijn de competitie-eindstanden uit de eerste jaren niet bewaard in de archieven.
Zo af en toe werd er natuurlijk ook wel eens wat bijzonders gepresteerd. In het toernooi om de beker van Groot-IJsselmuiden werd doorgaans geen rol van betekenis gespeeld, maar in 1978 kopt het Kamper Nieuwsblad: "IJVV won de beker, maar 's-Heerenbroek stal de show". Wilsum, zo dacht men, hoefde slechts simpel de laatste wedstrijd van 's-Heerenbroek te winnen om zich tot winnaar te kunnen laten uitroepen. In het begin kreeg Wilsum ook enkele niet te missen kansen, maar doelman Veldhuis stak in een dusdanige vorm dat er niet gescoord werd. Bij een snelle uitval bracht Hans Beijer de stand zelfs op 1-0 voor 's-Heerenbroek. Door een blunder van de held tot nu toe, doelman Gerrit Veldhuis, kwam Wilsum bij de rust echter weer op gelijke hoogte. Na rust kregen de spelers van 's-Heerenbroek vleugels, waarbij Hans Beijer een heldenrol vertolkte. Keer op keer speelde hij de complete defensie van Wilsum zoek en driemaal scoorde hij, waardoor 's-Heerenbroek met 4-1 won. Gevolg was dat IJ.V.V. er met de beker vandoor ging en 's-Heerenbroek nog voor Wilsum tweede werd in de eindrangschikking.
Met Hans Beijer is een van de bijzonderste en een van de betere spelers uit onze historie genoemd. Hij heeft echter weinig in het eerste elftal gespeeld en maakte deel uit van het derde elftal, dat hoofdzakelijk uit Zwolse spelers bestond en onder leiding van Johan van Spijker stond. Johan, die helaas veel te vroeg is overleden, was een zeer markant persoon binnen onze vereniging. Hij was een lid dat veel tijd en energie in de vereniging stak en altijd met het wel en wee van de vereniging bezig was.
Het kon uiteraard niet anders dan dat het feit dat de beste speler van de vereniging in het derde speelde in die tijd de nodige conflicten tussen bestuur, leider en speler opleverde. Het spreekt voor zich dat het schamel presterende eerste elftal de soms magistraal spelende Beijer heel goed kon gebruiken, maar Beijer bleef in hoofdzaak in het derde elftal spelen. Dit derde elftal beleefde in die jaren wel een hoogtepunt en is heel lang het enige seniorenelftal gebleven dat wist te promoveren naar een hogere klasse. Door het behalen van de tweede plaats in de vierde klasse mocht men het seizoen erop in de derde klasse uitkomen.
De jeugd, waarmee met twee teams werd begonnen, kon zich van meet af aan redelijk meten met haar tegenstanders. De training van de jeugd werd de eerste jaren verzorgd door de heer Bergsma en al in het derde jaar kon de feestvlag gehesen worden. De B-junioren werden kampioen, het eerste kampioenschap van onze vereniging. Wethouder Schuur kwam hiervoor naar 's-Heerenbroek getogen en reikte een beker uit aan Gerrit Bronsveld, aanvoerder van het elftal. Een jaar later was het alweer raak. Inmiddels was Dik Wolters overgekomen van W.V.F. om de junioren van 's-Heerenbroek enig technisch en tactisch vermogen bij te brengen. Niet zonder succes, want de C-junioren werden in het seizoen 1975 - 1976 na een nek aan nek-race met Wacker uit De Wijk kampioen en wederom kon er feest worden gevierd in De Kandelaar. Zo werd het 1978 en trok het bestuur een nieuwe hoofdtrainer aan.
De leden van toen èn nu
De vereniging kende direct een aanzienlijk ledenbestand. In augustus 1972 ging de eerste competitie van start met 53 leden. Van de leden van het eerste uur zijn er 25 jaar later velen afgehaakt, maar desondanks is het ledenaantal nu gestegen naar 110 leden. Van de huidige leden zijn er een negental alle 25 jaar lid geweest. Dit zijn Gerrit Wajer, Cees van Spijker, Egbert van de Vegte, Hans Koersen, Egbert Koersen Wzn, Gerard Lindeboom, Evert Schaapman, Bert Doornwaard en Jan ten Brinke. Van laatstgenoemde verdient het tevens de vermelding dat hij al de afgelopen 25 jaar als consul van ons terrein heeft gefunctioneerd.
Een viertal andere leden van het eerste uur zijn ook nu nog als speler actief, maar zijn tussentijds een periode bij de vereniging weggeweest. Dit zijn Gerrit-Jan van Spijker, Jan Bos, Egbert Koersen Azn en Dik ten Hove. Uiteraard hebben wij heel wat leden de revue zien passeren, ook een aantal heel bijzondere in welk opzicht dan ook. We kunnen ze onmogelijk allemaal opnoemen en willen dan ook volstaan met genoemde leden die iets met het getal 25 van doen hebben.
Nu, bijna 30 jaar later, is het aantal leden verdubbeld ten opzichte van 1972. Onze vereniging kent nu ongeveer 110 leden. Het aantal teams is uitgebreid van vier naar zeven. Een groot verschil met de eerste jaren is dat toen een derde van de leden buiten 's-Heerenbroek en Mastenbroek vandaan kwam en nu nog slechts een handvol.
De jaren Moorman, 1978-1984
Inmiddels bestond de vereniging zes jaar en slaagde het eerste elftal er maar niet in de onderste regionen te verlaten. Toch zat er best toekomst in de toenmalige selectie, technisch kon men zich met de meeste tegenstanders in de competitie best meten, maar op het gebied van hardheid en mentaliteit gaf men veelal niet thuis.
In het voorjaar van 1978 trok het bestuur de toen veertigjarige Hendrikus Moorman uit Zwartsluis aan als nieuwe hoofdtrainer. Moorman was een temperamentvolle speler en jarenlang een van de betere en bepalende spelers van D.E.S.Z. geweest. Wellicht kon hij zijn instelling overbrengen op de spelers van 's-Heerenbroek en zo het nog ontbrekende toevoegen om een stapje hogerop te komen.
Het eerste seizoen werden er 18 punten behaald in de competitie en een plaats in de middenmoot was het deel. Voordien waren er maximaal 13 punten behaald, maar niet alleen het stijgende puntenaantal viel op. Het vertoonde spel gaf aanleiding tot optimistische geluiden. Volgens het Kamper Nieuwsblad zat er veel meer vaart in het spel en zou er volgend seizoen al weleens een kampioenschap gevierd kunnen worden. Men voegde er wel aan toe dat de 's-Heerenbroekers zich hier niet zo druk over maakten. Hiermee sloeg men de spijker wel op z'n kop want typisch voor de instelling door de jaren heen was toch wel "het belangrijkste is dat we lekker voetballen en de prestaties zijn meegenomen maar geen must". Welnu, het seizoen 1979-1980 ging aanvankelijk voortvarend. Lange tijd werd zelfs, voor het eerst in de geschiedenis, deel uitgemaakt van de kopgroep. Halverwege de competitie kwam, na later bleek, het keerpunt in de uitwedstrijd tegen de latere kampioen Zuidwolde. Voor rust werd Zuidwolde volledig met de rug tegen de muur gezet, maar er werd niet gescoord en na rust ging Zuidwolde er met een 2-0 overwinning vandoor. Zuidwolde werd uiteindelijk kampioen en `s-Heerenbroek eindigde met 23 punten uit 20 wedstrijden op de vijfde plaats.
Dit was tevens het laatste seizoen op het oude veld, want in het voorjaar van 1980 was het huidige speelveld gereedgekomen. Het nieuwe veld bood in de ogen van trainer Moorman perspectief om de resultaten te verbeteren. Het was hem opgevallen dat de meeste punten in uitwedstrijden werden behaald en dat zou weleens te maken kunnen hebben met het kleine speelveld thuis, waarop de snelle voorhoedespelers niet volledig tot hun recht kwamen. Het resultaat was echter niet meteen zichtbaar. Het seizoen 1980-1981 leverde een punt meer op dan het vorige. De competitie werd als vierde beëindigd met 24 punten uit 20 wedstrijden.
Het jaar daarop bleef 's-Heerenbroek in de thuiswedstrijden ongeslagen, waarmee de basis werd gelegd voor een hoge klassering. Met 29 punten uit 22 wedstrijden werd de derde plaats behaald en de stijgende lijn voortgezet.
Zo langzamerhand raakten de verwachtingen steeds meer gespannen, maar met het geringe aanbod aan spelers bleef het moeilijk de concurrentie aan te gaan met de topploegen in de derde klasse. Bij 's-Heerenbroek bestond het eerste elftal bijna volledig uit inwoners van het dorp zelf. Dit, zoals ook het Kamper Nieuwsblad constateerde, in tegenstelling tot Zalk waar het eerste elftal bijna geheel uit spelers van buitenaf bestond. Ook andere ploegen trokken dikwijls een handvol spelers aan en werden zo wel kampioen.
Toch had Moorman zo geleidelijk aan een behoorlijk eerste elftal tot zijn beschikking. Van de oude kern waren Gerrit van Gerner, Cees van Spijker, Klaas van der Sluis en Gerrit Lindeboom overgebleven en met regelmaat leverde Dik Wolters een paar talentvolle jeugdspelers af die in het eerste elftal zo konden worden ingepast. Spijtig maar wel begrijpelijk was dat het grootste talent in die tijd, Brucht Bergsma, vertrok naar de A-junioren van W.V.F. Hij speelde jaren in de eerste elftallen van W.V.F. en ROHDA Raalte op het hoogste amateurniveau.
Een ander groot talent diende zich echter inmiddels aan, Arnold Bronsveld, die voorzichtig werd ingepast door Moorman. Volgens de speler zelf veel te voorzichtig en dat botste weleens.
Het seizoen 1982-1983 bracht niet helemaal wat er van verwacht werd na de derde plaats van het jaar daarvoor. Met 23 punten uit 20 wedstrijden zat er niet meer in dan de vijfde plaats. Ook werd afscheid genomen van Klaas van der Sluis, jarenlang de doelpuntenmaker van het eerste elftal en het was de vraag of zijn vervanger klaar stond.
Het zesde en laatste seizoen werd het beste seizoen. Op een haar na werd het kampioenschap zelfs behaald en met 30 punten uit 20 wedstrijden werd voor de tweede keer een derde plaats behaald. Halverwege de competitie was echter al het moeilijke besluit genomen na zes jaar afscheid van Moorman te nemen. Na zes jaar leek het weleens goed een nieuwe trainer voor de groep te zetten en zo volgde een moeilijk afscheid. Al die jaren was er een prima samenwerking met leider Jan ten Brinke, grensrechter Johan van Spijker, de spelersgroep en het bestuur geweest en het was maar de vraag of de nieuw te benoemen trainer net zo goed bij de vereniging zou passen als met Moorman het geval geweest was.
De trainers
In bijna dertig jaar kwamen er tien verschillende hoofdtrainers bij ons langs. De trainers in de eerste jaren hadden het gezien het slechte trainingsveld en het matige spelersmateriaal niet gemakkelijk. Eerst onder het bewind van de heer Moorman verbeterden de prestaties. Enerzijds door geleidelijk aan beter spelersmateriaal, anderzijds ook door de trainerscapaciteiten van de heer Moorman. Zonder een waardeoordeel uit te spreken, ieder heeft immers wel een eigen mening over welke trainer dan ook, willen wij er toch drie trainers uitlichten die een grote stempel op het wel en wee van de vereniging hebben gedrukt.
Allereerst al genoemde Rikus "Mannegien" Moorman. Hij is de trainer die de langste periode bij ons werkzaam is geweest, zes seizoenen. In de zes jaar dat de vereniiging bestond voordat Moorman kwam, had het eerste elftal nooit meer dan 13 punten behaald. In zijn eerste jaar werden het er 18 en bij zijn vertrek werd de competitie besloten met 30 punten en een derde plaats.
Verder mag uiteraard Koop Krul niet onvermeld blijven. Hij is tot nu toe de enige trainer geweest die met het eerste elftal wist te promoveren. In juni 1994 werd na 22 jaar via de nacompetitie afscheid genomen van de derde klasse Afdeling Zwolle. Als derde bijzondere trainer noemen wij Henk van der Vegt. Na tussen 1986 en 1988 tot grote tevredenheid bij ons te hebben gewerkt, kwam Henk in april 1995 bij ons terug nadat het bestuur een dringend verzoek aan hem had gedaan om in verband met het ontslag van Lammert Eikelboom het seizoen af te maken. Het verblijf in de tweede klasse werd op die manier gecontinueerd en Henk bleef ook de volgende twee jaar. Wat Henk van der Vegt onderscheidde van de gemiddelde trainer is zijn belangstelling voor alle andere elftallen in de vereniging en de toekomst van de vereniging. Henk was niet alleen 's-middags bij het eerste elftal aanwezig, maar ook 's-morgens in alle vroegte aan de lijn te vinden als de pupillen hun wedstrijden spelen.
Hoofdtrainers V.V. 's-Heerenbroek 1972-1997
H.Knul Kampen mei 1972 tot juni 1973;
H.(Doki) Schrijver Westenholte juni 1973 tot juli 1975;
W Mulder Zwolle juli 1975 tot juli 1978;
H. Moorman Zwartsluis juli 1978 tot juli 1984;
W. Drenth Emmeloord juli 1984 tot juli 1986;
H. van der Vegt Kampen juli 1986 tot juli 1988;
H. Kroon Kampen juli 1988 tot juli 1991;
K. Krul Nieuwleusen juli 1 991 tot juli 1994;
L. Eikelboom Wijhe juli 1994 tot april 1995 (ontslagen);
H. van der Vegt Kampen april 1995 tot juli 1997;
A. Rietberg Vollenhove juli 1997 tot heden.
Naast de tien hoofdtrainers heeft ook een jeugdtrainer een belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling van onze vereniging. Vanaf augustus 1975 tot en met juni 1988 heeft Dik Wolters maar liefst 13 seizoenen de junioren van onze vereniging getraind en begeleid op vrijwillige basis. Door weer en wind, op de fiets uit Westenholte, met de bus uit Oldebroek, kwam Dik drie keer in de week naar 's-Heerenbroek. Daarnaast heeft Dik Wolters menige wedstrijd van onze senioren gefloten, iets wat hij nu nog steeds doet. De schijnwerpers staan doorgaans op de trainers van het eerste elftal, maar zonder jeugdtrainers als Dik Wolters zou een trainer van een eerste niet beschikken over goed opgeleide spelers.
De jaren 1984-1991
De man die Moorman moest doen vergeten was Wim Drenth uit Emmeloord. De twee seizoenen die hij bij ons werkzaam was, waren helaas niet zo succesvol. De verwachtingen waren nog wel zo groot vooraf. Immers, wat vorig jaar net niet was gelukt, moest nu maar eens gebeuren. De spelersgroep was intact gebleven en had Drenth Espel ook niet van de derde naar de eerste klasse gebracht? Terwijl Moorman een man van overleg en samenwerking was, bleek Drenth nogal overtuigd van zijn eigen opvattingen te zijn. Dit hoeft niet persé slecht te zijn, maar het botste wel met de in 's-Heerenbroek heersende instelling. In het eerste jaar werd nog een zesde plaats behaald met 26 punten uit 22 wedstrijden, maar in het tweede jaar ging het van kwaad tot erger en werd het seizoen afgesloten met een blamerende negende plaats met slechts 16 punten uit 22 wedstrijden. Inmiddels had het bestuur een nieuwe trainer aangetrokken in de persoon van Henk van der Vegt uit Kampen. Van der Vegt was twee jaar bij ons werkzaam en hoewel een toppositie niet werd behaald, beide jaren werd de competitie als vijfde beëindigd met 26 punten uit 22 wedstrijden, zorgde hij er wel voor dat het plezier in het spel, dat tot een dieptepunt was gedaald, weer terugkwam. Van der Vegt was naast, heel fanatiek namelijk iemand die het belang van de hele vereniging voor ogen had.
Na twee jaar wilde Van der Vegt hogerop en vertrok. Als opvolger kwam Henk Kroon, eveneens uit Kampen. Henk Kroon is drie jaar werkzaam bij ons geweest en was een man die werkelijk alles voor voetbal overhad. Voetbal was alles voor hem en hij deed er werkelijk alles voor om het eerste elftal naar een hoger plan te brengen. Het fanatisme van Henk sloeg echter niet in voldoende mate over op de spelersgroep, een groep met behoorlijke kwaliteit, doch mentaal te zwak om constant te presteren. Het eerste en derde jaar eindigde het elftal bij de onderste helft, maar het tussenliggende jaar werd, na zelfs herfstkampioen te zijn geweest, wel een hoge positie in de competitie behaalt.
Ondanks het verschil in instelling bestond er een goede band tussen spelers en trainer. De spelers hadden respect voor de inzet van Henk en zetten de laatste dag van Henk alles op alles in het Groot-IJsselmuidentoernooi om hem een waardig afscheid te bezorgen. Voor de eerste maal in de geschiedenis werd het toernooi bij de senioren door onze vereniging gewonnen. De spelers droegen de overwinning op aan de trainer en ik herinner me een geëmotioneerde Henk Kroon toen hij met gemengde gevoelens toch met een succes afscheid van ons nam. Het seizoen erop werd het roer overgenomen door ene Koop Krul uit Nieuwleusen.
Eindelijk promotie, 1991-1994
In de voorbeschouwing op het seizoen 1991 - 1992 meldt de Zwolse Courant dat `s-Heerenbroek weleens hogerop wil. Niet omdat we zoveel pretenties hebben, maar omdat we weleens tegen andere tegenstanders willen spelen. Om de club meer "schwung" te geven is een jonge trainer aangetrokken, de net dertigjarige Koop Krul. De competitie begon matig, gaandeweg ging het echter beter, maar met de top konden we niet mee en een vijfde plaats was ons deel. Wel werd uitstekend gepresteerd in de bekercompetitie. Eerste klassers als Hardenberg en D.E.S.Z. werden uitgeschakeld en de halve finale werd bereikt. Deze werd ongelukkig verloren van Wapenveld.
Het seizoen 1992-1993 ging het beter in de competitie. Een fraaie derde plaats in de competitie en een periodetitel. Voor het eerst werd er nacompetitie gespeeld. De vreugde was daarin echter van korte duur. Een 1-5 thuisnederlaag tegen Lemele en de kansen waren meteen verkeken. Weer geen promotie.
Wel viel er een succes te melden in het Groot-IJsselmuidentoernooi. Voor de tweede maal werd de beker in de wacht gesleept.
Het derde en laatste seizoen onder trainer Koop Krul leek aanvankelijk weer te gaan lopen zoals vele andere seizoenen in de inmiddels 22-jarige historie van onze vereniging. Weer was er in de competitie een ploeg sterker. D'Olde Veste werd met overmacht kampioen en de tweede plaats was ons deel met een recordaantal punten van 33. Een aantal waar menige ploeg genoeg aan zou hebben voor een titel, maar voor ons weer niet voldoende. Net als vorig jaar was er echter een herkansing via de nacompetitie. De ervaring hiermee was vorig seizoen niet best, maar ditmaal proefde je bij de spelers, technische staf, ja eigenlijk bij iedereen binnen de vereniging, een sfeer van "nu gaat het lukken, nu houdt niemand ons meer tegen".
De spits werd op een zaterdagavond in De Krim afgebeten tegen D.K.B. Voor het eerst in ons bestaan werd een bus gecharterd waarmee naar De Krim werd getogen. De eerste helft stonden beide ploegen blijkbaar stijf van de zenuwen, want de wedstrijd was van een allerbelabberdst niveau. Vlak voor rust kregen we desondanks een paar goede kansen, maar die troffen geen doel, zodat de rust bereikt werd met 0-0 op het scorebord en een fikse wolkbreuk. Het weer paste zich bij het voor rust op de grasmat gebodene aan. Maar zie, de tweede helft was amper begonnen of de regen stopte en een waar spektakelstuk volgde. Twee doelpunten kort achter elkaar deden vermoeden dat we de punten in de knip hadden. Niets was echter minder waar en D.K.B. kwam op karakter terug tot 2-2. We bleken echter over veerkracht te beschikken en in de laatste tien minuten werd nog twee keer toegeslagen en D.K.B. was knock-out. Met een 4-2 overwinning op zak werd het een feestelijke rit met de bus terug naar 's-Heerenbroek.
Vervolgens werd op een dinsdagavond op eigen veld tegen S.V.N.'69 aangetreden. Er moest gewonnen worden, want S.V.N. had inmiddels met 4-1 van D.K.B. gewonnen. Voor flink wat publiek; de dit seizoen gereed gekomen tribune stond vol en ook langs het veld waren velen aanwezig. Toeters, vuurwerk en herrie zorgden voor een sfeer waarin de spelers eigenlijk niet konden falen. S.V.N. was duidelijk voor het benodigde punt gekomen en begon dus zeer defensief. Hoewel in het begin de counters van S.V.N. niet ongevaarlijk waren, bleek al snel dat S.V.N. voor een verkeerde tactiek had gekozen. Het zwakste deel van de ploeg was namelijk de achterhoede en een klein beetje druk leverde meteen paniek voor de goal op. Halverwege de eerste helft scoorden wij twee keer kort achter elkaar en was de buit in feite al binnen. S.V.N. wilde nog wel, maar kon niet meer omschakelen en de voorsprong kwam de hele wedstrijd niet meer in gevaar.
De finale van de nacompetitie was nu dus bereikt en de tegenstander werd niet zoals gehoopt Bant of Blokzijl, maar het Zwolse IJsselmij. Een ploeg waarmee wij het altijd moeilijk hebben gehad en hoewel het vertrouwen in een goede afloop er wel was, was iedereen ervan doordrongen dat het niet eenvoudig zou worden. De wedstrijd werd op zaterdagmiddag op het neutrale terrein van W.V.F. gespeeld. Voor ruim driehonderd toeschouwers, waarvan het merendeel uit 's-Heerenbroek of op de hand ervan, werd afgetrapt. Het begin was voor IJsselmij, dat minder last van de zenuwen had en de 1-0 voorsprong die zij namen was dan ook niet onverdiend te noemen. Pal voor rust bracht Lex Aalders met een fraaie kopbal de partijen weer op gelijke hoogte. Na rust waren wij de betere ploeg en leek IJsselmij, gezien het tijdrekken en "bundesligatoneel", te willen gokken op een gelijkspel. Zover kwam het niet, want toen Warnar Kamphof in het strafschopgebied werd onderuit geschopt, aarzelde de scheidsrechter niet en legde hij de bal op de stip. Arnold Bronsveld voltrok op dit belangrijke moment het vonnis en een 2-1 voorsprong was een feit. Hoewel IJsselmij er inmiddels doorheen zat en wij uit vele counters het allang hadden moeten afmaken, bleef het tot de laatste seconde spannend. De scheidsrechter hield wel van deze spanning, want pas na bijna tien minuten extra tijd blies hij het verlossende signaal.
Eindelijk na 22 jaar in de derde klasse te hebben gebivakkeerd, werd de tweede klasse bereikt. Uiteraard werd er een groot feest in De Kandelaar gevierd. Inmiddels hadden trainer Koop Krul en het bestuur besloten na drie jaar uit elkaar te gaan en kon Koop derhalve het debuut in de tweede klasse niet meemaken. Met de eerste promotie in onze geschiedenis nam Koop op een prachtige manier afscheid.
Het wel en wee buiten het veld.
Al spoedig na de oprichting van de voetbal bleek het moeilijk in organisatorisch en financieel opzicht onderdeel uit te maken van de overkoepelende sportvereniging. In november 1975 werd dan ook het besluit genomen dat de voetbal uit de sportvereniging trad en voortaan zelfstandig verder zou gaan. In een destijds door de heer Wennemers gemaakt verslag valt te lezen dat de financiën snel verdeeld waren, er was namelijk niets in kas. Om zowel de sport- als voetbalvereniging toch een geringe financiële basis te geven, werd bij het scheiden een bazar georganiseerd waarvan de opbrengst werd verdeeld. De voetbalvereniging stond nu op eigen benen. De sportvereniging heeft nog tot einde 1983 bestaan, waarna alle verenigingen zelfstandig zijn geworden.
De eerste tien jaren van ons bestaan was het echt de eindjes aan elkaar knopen. Het saldo bedroeg op zijn best een paar duizend gulden en menig jaar moest aan het eind geconstateerd worden dat het boekjaar met een nadelig saldo werd afgesloten. Door acties als bazars en verlotingen kon net rond worden gekomen. Veel is er dus in vijfentwintig jaar niet veranderd, behoudens een ruimer saldo achter de hand.
In 1973 besloot de gemeente reeds een stuk grond aan te kopen ten behoeve van de aanleg van een nieuw voetbalveld dat aan de eisen van de K.N.V.B. voldeed. Het oude veld op de speelweide mocht namelijk slechts met dispensatie worden gebruikt. Het zou echter nog heel wat jaartjes duren voordat er een nieuw veld was. Getraind werd er aanvankelijk ook op het speelveld. Meteen werd met eigen middelen en inzet verlichting met houten palen aangelegd onder leiding van de heer J. Kroeze, zodat de trainingen ook in de donkere maanden voortgang konden vinden. Na korte tijd werd het naastgelegen grasland van J. Bos gehuurd voor de som van fl 300,- per jaar en werd daar getraind. De lampen werden gedraaid en de verlichting die fl 650,- had gekost, heeft dienst gedaan tot 1977. Toen werd de verlichting vervangen door een installatie waarvan de verwachting was dat deze tezijnertijd op het nieuw aan te leggen speelveld ook kon dienen om lichtwedstrijden te spelen. Om die reden werd de duurste optie gekozen ten bedrage van 2.500,-. Deze installatie is overigens nooit op het speelveld terechtgekomen en is op het trainingsveld gebleven tot de verplaatsing van het trainingsveid naar de huidige locatie.
Op 10 mei 1980 was het dan zover. Het nieuwe speelveld was klaar en werd officieel in gebruik genomen. Burgemeester Van der Voorden kwam hoogstpersoonlijk de aftrap verrichten en die dag werd het Groot-IJsselmuiden~toernooi gehouden. Tevens was inmiddels het trainingsveld onderhanden genomen en was het voormalige weiland veranderd in een bespeelbaar veld. We hoefden er niet meer op laarzen te trainen.
In 1980 ontstonden door de niet riante financiële positie plannen om zelf een kantine met kleedkamers te bouwen, teneinde de baten van het op grote schaal genuttigde natje en droogje ten gunste van de vereniging zelf te laten komen. Na langdurige onderhandelingen met De Kandelaar, dat niet tot enige financiële tegemoetkoming bereid bleek, werd uiteindelijk op aandrang van de gemeente in 1983 een compromis bereikt. De voetbal bleef in De Kandelaar en zou gedurende een periode van 25 jaar jaarlijks fl 3.750,- van de gemeente ontvangen. Tevens kwam er een nieuwe kleedkamer, waarvan de kosten door gemeente en Kandelaar werden gedragen.
Begin jaren negentig besloot de gemeente dat het trainingsveld naast het hoofdveld gebruikt diende te worden om de woningnood in 's-Heerenbroek te lenigen. Aldus geschiedde en op een deel van het voormalige voetbalveld werd een nieuw trainingsveid aangelegd. De kwaliteit van het huidige trainingsveid is beter dan ooit.
Onze vereniging heeft een kleine maar zeer trouwe aanhang. In weer en wind altijd aanwezig. In het bestuur bestond al een aantal jaren het voornemen een overkapping te maken zodat de supporters droog zouden kunnen staan. Gaandeweg kreeg het idee meer gestalte en werd besloten dit, hoewel het langer zou gaan duren, in een keer goed aan te pakken. Het werd geen overkapping, maar een echte tribune. Door een grote verloting met behulp van sponsors werden de kosten ad fl. 10.000,- opgebracht en door werkzaamheden van de leden werd begin 1994 de bouw voltooid. Wij beschikken thans over een tribune waarop wij trots mogen zijn en waarop menig andere vereniging jaloers is.
Eigenlijk is er in 25 jaar niet zoveel veranderd. Net als toen moeten wij ons bij gemis aan eigen kantine-inkomsten bedruipen met vele acties. Ook nu is weer de mogelijkheid aan de orde gesteld om hetzij zelf een kantine te bouwen, hetzij een bijdrage van De Kandelaar te verkrijgen. De combinatie voetbal-Kandelaar bestaat nu ook 25 jaar en hoewel beide partijen het liefst deze combinatie in stand houden, zal de tijd moeten leren of dit mogelijk is op een voor beide bevredigende manier.
Op naar de vijfentwintig, 1994-1997
Het eerste seizoen in de tweede klasse was in meerderlei opzicht een bijzonder seizoen. Ondanks gematigd optimisme vooraf werd het een heel moeilijk seizoen. Kort na de winterstop dreigde zelfs degradatiegevaar en tot overmaat van ramp ontstonden er problemen met trainer Lammert Eikelboom. De heer Eikelboom kwam door privé-omstandigheden steeds vaker niet opdagen en op een gegeven moment moest het bestuur een voor onze vereniging uniek besluit nemen. Het bestuur wenste niet door Eikelboom aan het lijntje te worden gehouden en besloot hem een paar maand voor het einde van het seizoen op staande voet te ontslaan. De details zullen wij u verder besparen, maar feit was dat we zonder trainer zaten en waar haal je op zo'n moment een nieuwe trainer vandaan. Via via was vernomen dat Henk van der Vegt gestopt was als trainer en gezien de goede vroegere ervaringen werd besloten hem te vragen ons uit de nood en het eerste elftal uit de degradatiezorgen te helpen. Het kostte de nodige overredingskracht, maar Henk was bereid het seizoen af te maken. De eerste wedstrijd die Henk op de bank zat was een wedstrijd die hem nog lang zou heugen, 1-7 verlies tegen Vitesse'63. De zaak stond echter vervolgens snel op de rails en het tweede-klasseschap werd ruimschoots veilig gesteld.
Het seizoen 1994-1995 kende verder twee heugelijke en bijzondere feiten. Voor het eerst in ons bestaan werd een seniorenelftal kampioen. Hoewel ooit het derde via een tweede plaats promoveerde en het eerste dit vorig seizoen via de nacompetitie deed, was er nog nooit een elftal via een kampioenschap gepromoveerd. Het tweede elftal werd na een nek aan nek-race met S.E.H. kampioen in de vijfde klasse. Sinds een paar jaar hadden we ook een meisjeselftal en ook zij werden voor de eerste maal kampioen. Net als het jaar ervoor werd het seizoen met een feest in De Kandelaar afgesloten.
Voor het nieuwe seizoen had het bestuur nog wel een probleem. Henk van der Vegt had het vorig seizoen afgemaakt, maar was van mening dat het bestuur een nieuwe trainer moest zoeken. Het bestuur ging, ook al omdat zo snel geen goede trainer gevonden wordt, liever nog een seizoen met Henk door. Henk wilde ons ook niet in de steek laten en uiteindelijk gingen we met elkaar door. Daarnaast kregen het tweede en derde een eigen trainer en wel in de persoon van Henk Westendorp.
Het tweede seizoen in de tweede klasse ging boven verwachting. Met 37 punten uit 22 wedstrijden, inmiddels was de drie-puntenregel ingevoerd, werd beslag gelegd op de vierde plaats. Het was echter wel het laatste seizoen in de tweede klasse, de Afdeling Zwolle werd namelijk opgeheven en na 24 jaar in de Afdeling Zwolle gespeeld te hebben, ressorteren wij thans onder het District Oost van de K.N.V.B. De hele afdeling Zwolle werd ingedeeld in de vierde klasse KNVB. Vooraf wisten we dat het nieuwe seizoen een heel moeilijk seizoen voor het eerste elftal zou worden. De ouderen uit het eerste gingen een stapje lager spelen en de toemalige selectie kende nauwelijks meer spelers van boven de 25 jaar en er moest nogal wat jeugd worden ingepast. Voor de winter werden dan ook slechts vijf punten behaald, maar in de eerste drie wedstrijden na de winterstop werd het aantal verdubbeld. 's-Heerenbroek eindigde het seizoen in de middenmoot. Henk van der Vegt had, ondanks het feit dat het hem wel eens moeite kostte te accepteren dat dit niet samen gaat met een hoge positie in de competitie, het verjoningsproces in gang gezet met steun van het bestuur. Henk stopte aan het eind van dat seizoen als trainer en werd opgevolgd door Alwin Rietberg, die het in gang gezette veranderingsproces bij het eerste mocht afmaken. Alwin is ook nu nog trainer van het eerste, wat de afgelopen twee seizoenen steevast in de middenmoot eindigde.
Wat er zich verder zoal binnen de vereniging afspeelt.
Je kunt zeggen wat je wilt, maar soms blijken we toch zuinig op onze spullen te kunnen zijn. In 1972 maakte Evert Schaapman een kalkwagentje om de lijnen op het speelveld aan te brengen. Het kalkwagentje viert nu ook zijn 25-jarig jubileum.
Kennelijk zat de toenmalige secretaris weleens even niet op te letten. In zijn verslag van de ledenvergadering uit 1973 lezen we namelijk: "De heer Bergsma kreeg hierna het woord, maar wist weinig of niets te zeggen."
In 1974 dienden de zangvereniging en de damclub een klacht in bij het bestuur van De Kandelaar daar zij werden gestoord in zang en spel. De oorzaak was gelegen in het trainingsbezoek, teveel lawaai in de hal na de training. Blijkbaar leidde het trainen tot groot enthousiasme.
Ruw spel is niet alleen van deze tijd. In 1974 werden er enkele spelers geconfronteerd met een strafzaak. Het bestuur gaf het advies om na een overtreding rustig weg te lopen en niet naar een tegenstander toe te stormen, want een schorsing en boete zijn voor de spelers zelf.
In 1980 was er door omstandigheden geen kascontrole geweest. Bij stemming door middel van hand-op-steken gingen de leden allen akkoord met het voorstel van het bestuur de controle dit jaar achterwege te laten. Alleen de mening van Dik Wolters werd niet bekend, want hij zakte met veel lawaai door de stoel.
Hoewel trainer zijn bij onze vereniging ook tegenwoordig geen kapitale inkomsten oplevert en er in 25 jaar natuurlijk de nodige inflatie is geweest, verdiende onze eerste trainer, de heer Knul, in het seizoen 1972-1973 een wel bijzonder minimaal salaris. Per gewerkte week ontving hij de somma van fl 30,-.
Uiteraard hebben wij net als elke vereniging regelmatig te maken met spelers die zondigen tegen de regels en een schorsing door de K.N.V.B. wordt opgelegd. Wij zullen maar geen opsomming geven van de, veelal notoire, zondaars maar één voorval is wel ludiek. In mei 1985 wilde een beginnend scheidsrechter tijdens de wedstrijd IJ.V.V. 8 - 's-Heerenbroek wel eens laten zien dat hij de baas was en Gerrit-Jan van Spijker een boeking geven. Deze tikte de scheidsrechter het boekje uit de handen, waarop hij meteen mocht vertrekken en vervolgens een schorsing van vier wedstrijden uit mocht zitten wegens wangedrag.
Een B-junioren-toernooi in Doornspijk begin jaren tachtig. 's-Heerenbroek en 't Harde moesten penalty's nemen om de derde plaats. De bekers stonden buiten op een tafel opgesteld. Een hard genomen strafschop van 's-Heerenbroek werd door de keeper van 't Harde uit het doel geranseld, maar helaas kwam de bal op de prijzentafel terecht. Toernooiwinnaar W.V.F. moest zonder beker naar huis, van de beker was weinig meer over.
In Tollebeek zijn ze op de hoogte van de schotkracht van André Mijnheer. In een bijdrage de overwinning veilig te stellen, schoot hij de bal zo hard en ver de zijlijn over dat de bal zoek was. Tollebeek beschikte kennelijk niet over de middelen om een reservebal aan te schaffen, want na een massale zoekactie werd de bal pas na een kwartier teruggevonden en kon de wedstrijd uitgespeeld worden.
Bij het afscheid in 1989 van bestuurslid Klaas Doornwaard wordt hem voor veertien jaar trouwe dienst een horloge met inscriptie aangeboden. Cees van Spijker bekijkt het horloge met zoveel aandacht dat de indruk gewekt wordt dat hij spijt heeft van zijn aanblijven als bestuurslid. Dit blijkt gelukkig mee te vallen.
In dezelfde vergadering verzoekt Cees de leden de kraan in de douche niet steeds te mollen, anders moeten er andere maatregelen worden genomen.
In 1982 kregen wij de beschikking over een clubvlag. Deze werd de vereniging aangeboden door Johan van Spijker, een van de grootste supporters die onze vereniging gekend heeft. Elke zaterdag wappert fier onze clubvlag in de mast voor De Kandelaar.
Onze vereniging kent zeven ereleden Dit zevental bestaat uit Cees van Spijker, Egbert Koersen Wzn, Henk Kroeze Hzn, Evert Schaapman, Meine Bergsma, Jan ten Brinke en Gerrit Wajer.
